Vrij 14 nov. 2008,
Verkadefabriek Kleine Zaal, 17.30.
Thomas Ankersmit
De oren zijn de instrumenten waarmee we horen. En met een expertmeeting-thema over “noten die op zijn”, moest ik gelijk denken aan onze oren die de noten horen. Die zijn natuurlijk nooit op, en dus onverzadigbaar, tenminste als we er geen ernstige beschadiging aan hebben opgelopen.
Ankersmit bezoek ik direct na de expertmeeting in de Filmzaal. Zijn muziek bestaat uit onbeschrijfelijk veel noten. Of beter gezegd klanken en geluiden. Als luisteraar wordt je door Ankersmit gelijk het oerwoud ingestuurd. De zintuigen worden op de proef gesteld. Sommige mensen in het publiek zie ik naar de oren grijpen. Dat is niet omdat het te hard is, maar het is vooral de angst dat de hoeveelheid klanken je te veel gaan worden.
Dat komt omdat Ankersmit zijn ritmische klankpatronen laat aanzwellen en tegelijkertijd minimale gefaseerde frequentieverschuivingen toepast. Ontregeling vindt dan plaats door er stevige clicks en cuts doorheen te weven. Hetgeen in de tegenwoordige experimentele muziek te pas en te onpas wordt gedaan. Niet vernieuwend die clicks en cuts, maar wel een fenomeen dat nog het nodige avontuur in zich heeft. De solo-performance van Thomas Ankersmit wordt in soundscape/drone-stijl opgediend. Daarbij worden mijn oren als liefhebber van deze stijl zeker verwend. Want het zaalgeluid is extreem goed afgesteld. Loepzuiver nestelen de klanken zich in mijn oren. Een warm klankenbad is mijn deel.
Door: Hessel Veldman.
