Zo 15 nov. 2009.
Kunstmuziek Route November Music.
Traditiegetrouw het drukste en gezelligste moment van November Music. Zondag is het keuzes maken, vaak harde keuzes. De organisatie heeft een hele route uitgestippeld met tientallen concerten, performances en installaties door heel de Bossche binnenstad. Wie het goed plant kan zo’n vier tot vijf optredens/installaties bijwonen, maar deze keer opteer ik voor een wat rustigere route. Startpunt is De Toonzaal met een optreden van het duo Mary Oliver (viool) en Rozemarie Heggen (contrabas), vergezeld door de meesterlijke blokfluitist Erik Bosgraaf. Een bijzonder uitgebalanceerd recital met een schitterende ouverture. Hilary Jeffery’s ‘Vishnu Stockings’ voor het duo Oliver en Heggen is een opeenstapeling van hemelse, boventoonzwangere flageoletten. Het stuk krijgt een welhaast perfecte uitvoering in de ideale akoestiek van MC De Toonzaal. Zwevende en ijle strijkersklanken nemen als ronddwalende fantoompjes bezit van de oude Synagoge. Jeffery kreeg niet voor niets de Henriette Bosmansprijs 2009, een eigenzinnige componist om in de gaten te houden! Erik Bosgraaf gooide tussendoor zijn lange, lenige lijf in de strijd om iedere blokfluitnoot uit Luciano Berio’s klassieker ‘Gesti’ te persen. De opvolger van Frans Bruggen staat al klaar, dat is wel duidelijk. Het trio had tot slot nog een première in petto: ‘Morph’ van de Tilburgse Nicoline Soeter. Een levendig, in aardse klanken gevat drieluik dat met name naar het einde toe verraste met prikkelende, ritmische invallen op viool en blokfluit.
Gelukkig had November Music de tijden wat aangepast zodat het tripje naar de Verkadefabriek in een zondags tempo kon plaatsvinden. Daar klonk de eerste uitvoering van Rasheed Al-Bougaily’s kameropera ‘Eben Gabraan’. Hoofdrol was weggelegd voor de zes weergaloze solisten van het VocaalLAB Nederland. De oriëntaalse melodieën en onstuimige dynamische scenewisselingen waren een kolfje naar de hand van het Nieuw Ensemble en leidsman Lucas Vis. Een kernachtige, zeer filmische en bij vlagen ontroerende opera die met name in de laatste twintig minuten meer ruimte bood aan de krachtige melodische taal vol Oosterse melisma’s die Al-Bougaily bij uitstek beheerst maar niet altijd voluit durft te laten horen.
Daarna was er volop ruimte om enkele van de dit jaar uitmuntende installaties te bekijken in onder meer Galerie Majke Husstege (het melancholische, pastorale ‘Extended Play’ met negen platenspelers van Janek Schaefer) en het CBK (de knotsgekke ‘Hondenmepper’ installatie van het Bossche talent Stan Wannet). 
De komst van het Engelse specialistenensemble Apartment House was een gebeurtenis waar ik zeker naar uit keek. De viermansformatie onder aanvoering van cellist Anton Lukoszevieze bracht een gortdroog maar uniek college in hogeschoolimprovisatie. Een ensemble dat veel gevoel aan de dag legt voor weinig gespeelde experimentele muziek, in Nederland vergelijkbaar met het onvolprezen The Barton Workshop. Het ensemble Apartment House (onder wie gast Duitse saxofonist Frank Gratkowski) had wel wat weg van een theekransje van wiskundeleraren. Een eerbetoon aan de heerlijk ondoorgrondelijke en onnavolgbare avantgardejazz van Anthony Braxton vormde het hoofdmenu, maar ook het premièrestuk van Gratkowski paste perfect in deze lijn. Exact afgemeten, geïmproviseerd experiment, soms wat navelstaardiger, maar altijd uiterst nauwkeurig. Er was geen speld tussen te krijgen, en dergelijke experimenteel getinte nieuwe muziekconcerten maak je maar zelden mee op de Nederlandse podia.
Door: Mark van de Voort.
