
Philippe Pierlot
CONCERT ZO. 29 AUG, 15.00/ DOOPSGEZINDE KERK
Philippe Pierlot: Suites de differents auteurs op
viola da gamba
door Marijke Ferguson
Over de macht van zichtbaarheid.
Op het concert dat Philippe Pierlot bracht in de Doopsgezinde Kerk, ging zichtbaarheid een strijd aan met klank. Want op die lokatie deed zich een heel ander probleem voor: de executant was onzichtbaar.
Hoezo? zal de lezer zich afvragen. Ja dat zit zo:
De Doopsgezinde Kerk in Utrecht is klein, niet veel breder dan een flink grachtenhuis. Hoog oprijzend
in de muren vier kapitale, sober gehouden glas in lood vensters opgedragen aan de vier evangelisten. Frontaal een massief zwaar eikenhouten preekstoel. Langs de twee lange wanden een kerkbank en daar tussen in op de vlakke vloer gewone stoelen in rijen. En krap tussen de voorste rij en de massief eikenhouten preekstoel zit, op een stoel, ook op de vlakke grond de gambist Philippe Pierlot. Dat wil zeggen: ik heb hem niet zien komen en zag hem ook niet zitten, maar hoorde op eens enkele klanken. Precies de klank die je hoort als iemand nog even met de hand langs de snaren gaat om de stemming te controleren.
Ik keek op naar mijn buurman. Een grote man. Zou het kunnen zijn dat hij iets zag? Buurman keek gespannen voor zich. Vreemd, dacht ik, heb ik het applaus bij opkomst van de man gemist? Was er een applaus? Heeft niemand iets gezien? Om mij heen viel iedereen stil. En – ja - een zoet wonder voltrok zich: eerst schuchter, allengs helderder en groeiend in zeggingskracht de klank van een viola da gamba.
En zo heb ik een uur lang geluisterd naar Philippe Pierlot zonder hem te zien. Een wereld van klank, klanken, structuren, bouwwerken, licht en ijl, dynamisch, maar steeds vormgevend, de vorm van een Allemande, de vorm van een Courante, een Sarabande en ja, natuurlijk: de Gigue. En tot slot, na een dramatische Chaconne van Sieur de Sainte-Colombe himself een Vielle. Muziek waarin de gamba probeert een draailier te zijn.
En omdat ik geen gamba zag, zweer ik dat er werkelijk een draailier klonk.
