
Op 3 maart 2012 start de Concertzender een achtdelige serie over Los Paraguayos geproduceerd door Henk Braaksma. Dit is een eerste aanvulling op de serie.
De toenmalige president van Paraguay Federico Chávez schoot precies in de roos toen hij het Trío Los Paraguayos met diplomatieke paspoorten naar Europa stuurde om Paraguay ‘op de kaart’ te zetten. Het enige schoonheidsfoutje dat het gevolg was van deze meesterlijke zet was dat Los Paraguayos wereldberoemd werden met een Mexicaans lied. U weet wel, dat lied over dat meisje met die mooie ogen uit Malaga (Mexico), La Malagueña. Maar hun vroegste opnamen bestonden toch vooral uit Paraguayaans repertoire.
Het waren niet zomaar drie muzikanten die naar Europa werden gestuurd. Digno García (harpist en componist), Agustín Barboza (componist, zanger en gitarist) en Luís Alberto Del Paraná (zanger en gitarist) waren in Paraguay al overbekend. Luís Alberto del Paraná had zijn artiestennaam al te danken aan zijn enorme zangkwaliteiten, hij heette eigenlijk Luís Osmer Meza. En in het trío Los Paraguayos uit 1946 werkten Digno García en Luís Alberto del Paraná al samen.
De truc met de diplomatieke paspoorten werkte wonderwel. Alle deuren gingen voor ze open tot die van Koningshuizen aan toe. Heel bekend is de foto met Koningin Juliana, die de hand drukt van Luís Alberto del Paraná terwijl de anderen toekijken. Het was 1954 en een Paraguayaanse harp (vaak ten onrechte Indiaanse harp genoemd) had men hier ook nog nooit gezien en vooral…. gehoord. De schitterende melodieën en de kwaliteiten van de muzikanten deden de rest. Het was een hectische tijd, ze konden werkelijk overal optreden en reisden in korte tijd heel Europa door.
Platenmaatschappij Philips had al snel door dat het om iets bijzonders ging en nam ze onder contract. Deze maatschappij deed in die jaren veel, vooral ook in de Zuid-Amerikaanse landen, aan de promotie van de ongelofelijk populaire volksmuziek. Er werden 13 78-toeren platen gemaakt en we kunnen ons niet voorstellen dat er één huisgezin in Nederland was met een pick-up die de plaat La Malagueña niet in zijn bezit had. Deze platen werden ook snel op EP’s en LP’s gezet, het plaatformaat dat toen erg in opkomst was. Maar, de euforie duurde niet al te lang. Ongeveer 1½ jaar na het begin van hun triomftocht konden de heren het onderling niet eens worden over de te volgen koers met name met betrekking tot het repertoire. Luís Alberto del Paraná begreep maar al te goed dat je niet blijvend je brood kon verdienen met de mooie liedjes uit Paraguay, La Malagueña was natuurlijk wel het beste bewijs, terwijl de andere twee toch liever niet op de populaire, zeg maar op de meer algemene Zuid-Amerikaanse repertoiretoer wilden gaan. Overigens, met name Digno García ging later wel degelijk ook de populaire hits spelen. De leden van het trio gingen ieder hun eigen weg.
(wordt vervolgd in maart 2012)
