De groei van het jaarlijkse Roadburn festival in Tilburg mag spectaculair genoemd worden. Binnen zeven minuten raakte het muziekfestival voor stoner, doom, metal en beyond uitverkocht, een absoluut record. Van over heel de wereld komen liefhebbers op het festival af. Een vier dagen durend muziekfestijn dat voor iedereen wat wils biedt: of je nu de meest recente avant-garde muziek afschuimt, je onder wil dompelen in een ultratrage stonerroes of al je zintuigen op scherp wil stellen met duistere metal. De durf waarmee het festival de grenzen blijft oprekken is lovenswaardig.
‘Worlds Away’
Zo stonden er dit jaar niet alleen concerten maar ook veel exposities op het programma. In de gangen van 013 hangen de prachtigste concertposters en artwork. Een van de opmerkelijkste exposities komt op naam van Michael ‘Away’ Langevin, de drummer van de Canadese metallegende Voivod, die dit jaar ook als Roadburn-curator optreedt. Langevin excelleert in futuristische droomlandschappen, vol surreële insektwezens, aliens en androïden. Veel pentekeningen maar ook enkele opvallende, direct herkenbare ingekleurde schilderingen van Langevin zijn nog tot en met 6 mei te zien in galerie Gust van Dijk in Tilburg. Mooi is te zien hoe Langevin al van jongs af aan gegrepen is door de meest bizarre scheppingen: ‘Worlds Away’ heet deze expositie terecht.
Het Patronaat
Een wereld op zich, dat is ook Roadburn. Het festival houdt het sowieso gemoedelijk en dat blijft de grootste kracht. Geen grote zalen afhuren om nog meer mensen te kunnen trekken maar juist vol overtuiging blijven kiezen voor een van de beste popzalen van Nederland, 013 in Tilburg. Op je gemak genieten van muziek die voor even uit haar niche kruipt. Deze relaxte houding is de beste manier om deze fysiek intense muziek te ondergaan en te beleven. De nieuwe locatie Het Patronaat past ook precies in die visie. Een knusse, intieme oude kerk (precies tegenover 013) die als concertlocatie fungeert, met een opvallend goed geluidssysteem. Het straatje bij de 013 is dan ook voortdurend bevolkt met de meest kleurrijke concertgangers. En of je nu fan bent of bandlid, tijdens Roadburn is iedereen gelijk.
OM
Het festival beschreef voor mij persoonlijk een perfecte spanningsboog: beginnend op de donderdag met de minimalistische, meditatieve stoner van het trio OM en eindigend op de zaterdag met het legendarische stonertrio Sleep, waar bassist/vocalist Al Cisneros van OM samen met Matt Pike de allereerste grondslagen legde voor hun zo kenmerkende minimalistische stonertrance. Het optreden van OM was buitengewoon gedenkwaardig. Al Cisneros en drummer Emil Amos weten zich nu vergezeld van klankalchemist Rob Lowe alias Lichens. Op gitaar, synthesizer en tamboerijn weet Lowe de hallucinerende klankrituelen van OM nog verder open te breken. De bezwerende muziek krijgt lucht, begint te zweven en hier en daar hoor je zelfs spoortjes jazz en dub. Het in het duister gespeelde slotstuk ‘Bhima’s Theme’ groeide uit tot een hoogtepunt.
Killing Joke
Veel minder op haar gemak waren de new wave iconen Killing Joke. Gitarist Geordie Walker hing de verwende rockster uit en zette de hele boel op scherp. Zijn negatieve vibe had een positieve uitwerking op de rest van de band. Zanger Jaz Coleman en drummer Paul Ferguson trokken zich weinig aan van Walkers divagedrag en marcheerden koppig en driftig door naar een reeks muzikale hoogtepunten uit Killing Joke’s vroege carrière: The Wait, Requiem, Wardance en Pssyche.
‘Summer of Love’
Grootste verrassing van Roadburn 2012 was het spraakmakende optreden van de Noorse grensgangers Ulver. Het wolvenpak onder aanvoering van zanger Krystoffer Rygg speelt allang geen metal meer maar brengt één grootse ode aan het muzikale experiment met name onder invloed van de Engelse cultband Coil. Tijdens Roadburn speelden ze een set met louter obscure sixties covers. Ulver was voor deze speciale gelegenheid uitgebreid tot een ensemble met gitaristen, slagwerkers en op zang en elektronica, Krystoffer Rygg. Met zijn hele hart en ziel bezong Rygg de psychedelica en de ‘Summer of Love’ van de eind jaren zestig. Er was veel moed voor nodig maar Ulver deed het met volle overtuiging. Prachtige ontdekkingen waaronder covers van de onbekende Chocolate Watch Band (‘In The Past’), 13th Floor Elevators (‘Street Song’), Pretty Things (‘Bracelets of Fingers’) en Music Emporium (‘Velvet Sunsets’). Eind mei komt het coveralbum ‘Childhood’s End’ officieel uit en Roadburn bracht zelf al een EP uit als voorproefje.
Chelsea Wolfe
Mooie ontdekking op de late donderdagavond was de Amerikaanse singer-songwriter Chelsea Wolfe. In een stampvolle Green Room (kleine zaal 013) zong ze de duisternis tegemoet. Donkergetinte gothic doomfolk met invloeden van gelijkgestemde zielen als Patty Waters en Marissa Nadler. Een jongedame waar we zeker meer van gaan horen.
Hexvessel
Apocalyptische folkinvloeden klonken ook door in het optreden van het Finse Hexvessel dat aangevoerd wordt door de Engelse zanger Mat McNerney. Als een helse kruising tussen Woven Hand, Espers en Sol Invictus. Op de vrijdagmiddag zette Hexvessel Het Patronaat in vuur en vlam met een intens, bevlogen optreden. Gevoel voor theater kan McCerney niet ontzegd worden maar het verleende prachtige nummers als ‘The Death Knell Tolls’ en ‘I Am The Ritual’ een extra spirituele lading.
Manorexia
De titel ‘festivalbuitenbeentje’ ging dit jaar zonder twijfel naar Jim Thirlwell’s kamerensemble Manorexia. Met een strijkkwartet, slagwerker, toetsenist en laptop (Thirlwell zelf) val je nogal op tijdens Roadburn. Curator van de Roadburn-vrijdag, futurometalband Voivod, had het lef om Manorexia naar Tilburg te halen. Thirlwell, bekend in industrialkringen als Foetus, heeft een grote voorliefde voor filmmuziek, obscure jazz en avant-gardistische minimal. In zijn projecten Steroid Maximus en Manorexia leeft hij deze passie helemaal uit. Sublieme kamermuziek vol cinematografische effecten en bevreemdende muzikale uitstapjes. Over de PA van de 013 grote zaal klonk deze wonderlijke muziek perfect uitgebalanceerd en de bijbehorende visuals deden de rest.
Justin Broadrick
Mooie vangst van de festivalorganisatie was het binnenhalen van Justin Broadrick als artist in residence. Drie dagen lang liet hij zijn veelzijdigheid horen in Het Patronaat. Op de donderdag speelde Broadrick solo als zijn alter ego JK Flesh, een weinig beklijvende, soort elektronische pocketversie van Godflesh. Meer indruk maakte Broadrick vrijdags met zijn ambientproject Final. Begeleid door visuals met desolate industriële landschappen creëerde Final zeer gelaagde, indringende dark ambient. Logge elektronische klankschappen die je door je hele lijf voelde. Zaterdags gooide Broadrick de hoogste ogen met zijn formatie Jesu, het feitelijke vervolg op Godflesh. Met vaste bassist Diarmuid Dalton als partner lanceerde Broadrick op een fiks volume zijn Jesu-ruimteschip. Zielkervende, melancholische shoegaze met een moderne rockspirit.
Voivod
Veel experiment klonk sowieso op de door Voivod gecureerde vrijdag de dertiende. Een band die de futuristische inborst en vooruitziende blik van opkomende bands naadloos aanvoelt. Het Canadese AUN maakt zeer abstracte mystieke space-ambient: duistere door metal geïnspireerde gevoelsmuziek, een ontdekking. Hun plaat ‘Black Pyramid’ is zeker een aanrader. Het Engelse GNOD trad even later op in een bomvolle Patronaat. Hun onbekommerde kraakpandenkrautrock vol elektronische, psychedelische effecten lijkt een eigen genre op zich te vormen. Ook het op zaterdag geprogrammeerde Necro Deathmort kiest voor pure abstractie: pikzwarte dubmetal die af en toe opgeschrikt wordt door eenzame grunts uit de leegte.
‘Dopesmoker’
De zaterdag stond verder voor velen in het teken van de komst van stonerdronelegende Sleep. De gedroomde afsluiter van het officiële gedeelte van Roadburn 2012. Al Cisneros, Matt Pike en drummer Jason Roeder maakte hun naam meer dan waar. In slaap vallen was er niet bij. Een gedenkwaardige orgie van loodzware, ‘himmel hoch jauchzende’ riffs die je lichtjes boven jezelf uittillen. De klassiekers kwamen allemaal langs: ‘Dragonaut’, ‘Antarticus Thawed’, ‘Holy Mountain’ en delen uit hun één uur durende klassieker ‘Dopesmoker’. De grote klasse van deze pioniersgroep schuilt in de consequente dosering van de rituele riffs en de monotone chants van Cisneros. Je wordt niet zozeer overdonderd/platgewalst maar juist meegezogen door hun minimalistische stoner. Hopelijk vereeuwigt Roadburn dit monumentale concert ooit op cd.
Verslag geschreven door Mark van de Voort; programmamaker Nieuwe Muziek.
